Aantekeningen juridisch

 

privaatrecht

wilsgebreken

 

bedrijfsvormen

besloten vennootschap (BV)

de commanditaire vennootschap (CV)

vennootschap onder firma (VOF)

de eenmanszaak

de maatschap

naamloze vennootschap (NV)

vereniging

stichting

coöperatie

onderlinge waarborgmaatschappij

 

 

Privaatrecht

Het privaatrecht is het gedeelte van het recht waar iedereen dagelijks mee te maken heeft. Het kopen van een artikel, het huren van een huis, namens de buren iets in ontvangsnemen etc…

Privaatrecht kan worden onderverdeeld in:

materieel privaatrecht betreft de regels die aan personen rechten en plichten toekennen.
Voorbeeld: jan verkoop zijn auto aan piet. De regels die aangeven dat Jan recht heeft op betaling van de koopprijs en dat Jan verplicht is de eigendom van de auto over te dragen zijn regels die behoren tot het materiële recht.
Bijbehorende wetten:          -  Art.1:82 BW (burgerlijk wetboek)

Formeel privaat recht (ook wel burgerlijk procesrecht genoemd) geeft aan op welke wijze men het materieel privaatrecht kan verwezenlijken, met andere woorden: hoe iemand wiens recht geschonden is zich tot de rechter kan wenden.
Voorbeeld: de regels die aangeven welke stappen Jan kan ondernemen als Piet weigerachtig blijft de koopprijs te betalen behoren tot het formele privaatrecht
Bijbehorende wetten:

Begrippen binnen privaatrecht

Rechtshandeling

Dit is een handeling van een natuurlijk persoon (een mens) of een rechtspersoon (een vereniging, n.v, bv., of een stichting enz..) waaraan een rechtsgevolg wordt verbonden dat ook door de handelende persoon wordt beoogd.
Voorbeeld: de schenking. Aan het feit dat Piet zijn gouden horloge schenkt en overdraagt aan Jan verbindt ons recht het gevolg dat de eigendom van het horloge overgaan van Piet naar Jan. Piet heeft het horloge ook aan Jan gegeven met de bedoeling om ze de eigendom van het horloge te doen overgaan naar Jan.

Feitelijk handelen

Dit is een handeling van een natuurlijk persoon of rechtspersoon waaraan een rechtsgevolg wordt verbonden, ongeacht of dit gevolg door de handelende is beoogd.
Voorbeeld: aan het feit dat Miep rijdend in haar auto geen voorrang verleen aan Anton die met zijn auto van rechts komt, wat een aanrijding tot gevolg heeft waardoor Anton’s auto zwaar beschadigd wordt, verbindt ons recht het gevolgd dat Miep gehouden is door de haar aan Anton  veroorzaakte schade te vergoeden. Miep handelt onrechtmatig jegens Anton. De vergoeding van de schade is niet door Miep met haar handelen beoogd. De bedoeling van en pleger van een onrechtmatige daad wordt buiten beschouwing gelaten. Of de pleger het gevolg nu wel of niet heeft beoogd is niet relevant.

Vermogen

Het geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten
Het vermogen van personen wisselt voortduren, zo kan bijvoorbeeld het vermogen van iemand op een bepaald moment bestaan uit een huis, een auto, een tegoed bij de bank en uit een verplichting tot betaling van een huursom, een belastingschuld, een verplichting tot betaling van een koopprijs van een fiets etc.…
Al deze vermogensbestanddelen worden in het Burgerlijk Wetboek aangeduid als goederen, in Art.3:1 wordt bepaald: goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten

Zaken

zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten: aan beide criteria moet zijn voldaan, ook dieren zijn juridische zaken.

Goederenrecht

Het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de rechtsverhouding van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon tot een goed.
Voorbeeld: Jan is eigenaar van de fiets, hij heeft dus het eigendom over de fiets. Piet heeft een recht van vruchtgebruik op het huis van Mies.
Joost heeft een vorderingsrecht op Karel uit een met hem gesloten koopovereenkomst.
Marja heeft een recht van erfpacht op het stuk grond van Erwin.

Verbintenisrecht

Het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de vermogensrechtelijke rechtsverhouding van een natuurlijk persoon/rechtspersoon tot een ander natuurlijk persoon/rechtspersoon.
Voorbeeld: jan heeft met betrekking tot zijn fiets een koopovereenkomst gesloten met Frits, inhoudende dat hij zijn fiets voor 500 euro aan Frits verkoop. Uit die koopovereenkomst ontstaan verbintenissen tussen Jan en Frits. Jan heeft aan de ene kant recht op een prestatie,namelijk de betaling van de koopprijs door Frits en is aan de andere kant ook verplicht tot een prestatie: het eigendom overdragen van de fiets aan Frits. Ook Frits heeft aan de ene kant recht op een prestatie, namelijk de eigendom verkrijgen van de fiets en is aan de andere kan ook verplicht tot een prestatie, namelijk het betalen van de koopprijs aan Jan.

 


Wilsgebreken

Dwaling

De wet stel 3 eisen voor een beroep op dwaling:

Bedreiging
De wet stelt een paar eisen voor beroep op bedreiging

Bedrog
Vereisten voor een beroep op bedrog